De Canadese singer-songwriter Leonard Cohen staat erom bekend dat hij het zorgvuldig vermeed om zijn liederen uit te leggen. Desondanks liet hij zich graag interviewen. Vaak gaf hij dan sfinx-achtige antwoorden. Een van die raadselachtige uitspraken uit zo’n vraaggesprek is: hoe persoonlijker, hoe universeler. Toch onthult hij daarmee veel van zijn werkwijze. Hij wil zichzelf namelijk zo ver zien uit te diepen dat zijn liederen materiaal worden voor anderen om op hun beurt zichzelf te onderzoeken. Centraal in deze lezing staat dan ook de vraag of deze universaliteit inderdaad in het werk van Cohen te vinden is.
Omdat het oeuvre van Cohen zich over tientallen jaren uitstrekt, maar deze lezing slechts een uur kan zijn, richt ik me op één periode. En op één album: ‘Various Positions’ uit 1984. Cohen was toen 50. Zijn leven en zijn carrière zaten op dat moment in het slop. Met dit album probeert hij zichzelf helderheid te verschaffen. Al zoekend ontdekt hij dat er niet één antwoord bestaat waar hij mee verder kan. Hij stuit op verschillende perspectieven die elk weer iets anders laten zien dat van waarde is. Vandaar ook de titel van dit album. Maar er zit nog een typisch voorbeeld van Cohen-humor in verborgen. Van verschillende posities is juist ook sprake bij het liefdesspel. Met ‘Various Positions’ lijkt hij een soort “Kamasutra” van de zingeving te bedoelen.
Vier nummers van dit album worden in de lezing besproken: ‘Hallelujah’, ‘Dance Me To The End Of Love’, ‘Night Comes On’, en ‘If It Be Your Will’. Daaraan vooraf een korte presentatie van enkele kenmerken van Cohens leven en werk.
Guus van Loenen was van 1984 tot 2019 als geestelijk verzorger werkzaam bij het Vincent van Gogh Instituut in Venray. Na zijn pensionering heeft hij liederen van Cohen vertaald en van commentaar voorzien. In 2025 verscheen zijn boek ‘Een gids die het ook niet weet. Vijftig levenslessen van Leonard Cohen’.