Adelbertvereniging Venray organiseert op maandag 9 maart 2026 om 20.00 uur een voordracht in ‘De Baank’ Albionstraat 26 te Leunen

De spreker is de heer Martien Spee en de titel van zijn voordracht luidt:

‘Godefridus Henschenius, een wijs man als kind van zijn tijd’ Samen met ferme stappen door de 17e eeuw

Het begon voor de spreker allemaal met een koffer vol boeken, ontvangen van zijn collega’s bij zijn pensionering. Hierbij zat ook het boek ‘Godefridus Henschenius, Vertaling van zijn biografie uit deel zeven van de maand mei van de Acta Sanctorum’ geschreven door Marijke Renders. Zijn nieuwsgierigheid en groeiende interesse waren gewekt en zo kwam hij op het spoor van een tweede boek over Henschenius: ‘Godefridus Henschenius Een geleerde uit Venray in de zeventiende eeuw’ geschreven door A.L. Kroft en uitgegeven door het Lokaal Historisch Platform Venray. De hoofdmoot in dit boek verhaalde over de Rome-reis die Henschenius, samen met zijn mede-Jezuïet Papebrochius, in de periode 1659-1662 maakte.

Beide boeken gaven hem de inspiratie om zich verder in de figuur Henschenius, de Jezuïeten en de boeiende tijd van de 17de eeuw te gaan verdiepen. Al snel bleek dat we het leven en de persoon van Henschenius niet los kunnen zien van de tijd waarin hij leefde en werkte. Vanuit de Jezuïetenorde werd zijn leven voorbestemd om zich bezig te gaan houden met een van de meeste omvangrijke boekwerken die er ooit geschreven zijn: de Acta Sanctorum. Dit boekwerk is een kritische en wetenschappelijke weergave van de levens van de Heiligen. Henschenius en zijn medeschrijver Jean Bollandus werd snel duidelijk dat hun opdracht hun leven zou gaan overstijgen. Uiteindelijk bestaat de Acta Sanctorum uit 67 boeken, 60.000 bladzijden en informatie over meer dan 6200 Heiligen. Voor de eerste 23 delen heeft Henschenius materiaal geleverd. Sinds 2024 wordt deze serie boeken, de Acta Sanctorum, beschouwd als Werelderfgoed.

Vanuit zijn vroegere professie als docent en lesmateriaalontwikkelaar was voor Martien Spee de stap gauw gezet om met dit interessante thema aan de slag te gaan. Dit resulteerde in een boeiende, uitgebreide presentatie met veel beeldmateriaal, waarin de persoon Henschenius, zijn levensloop en zijn werk in het toenmalige historisch perspectief worden geplaatst. Verrassend genoeg was het een tijd met dezelfde vragen, patronen en oplossingen die wij heden ten dage ervaren … er is dus niet zoveel veranderd?!

Na Atheneum-B (Boschveldcollege) en de Academie voor Lichamelijke Opvoeding werkte Spee als docent Lichamelijke Opvoeding. Na een vervolgopleiding werd hij docent Anatomie, Fysiologie, Pathologie en Transfer Technieken bij ROC Gilde Opleidingen. Hij is nu actief als torengids bij de Stichting Carillon Venray – Sint Petrus Banden kerk Venray.

Het bestuur van Adelbert Venray nodigt haar leden van harte uit voor deze bijeenkomst.

Maandag 9 februari 2026 om 20.00 uur in de Baank: Lezing over liederen van Leonard Cohen door Guus van Loenen

De Canadese singer-songwriter Leonard Cohen staat erom bekend dat hij het zorgvuldig vermeed om zijn liederen uit te leggen. Desondanks liet hij zich graag interviewen. Vaak gaf hij dan sfinx-achtige antwoorden. Een van die raadselachtige uitspraken uit zo’n vraaggesprek is: hoe persoonlijker, hoe universeler. Toch onthult hij daarmee veel van zijn werkwijze. Hij wil zichzelf namelijk zo ver zien uit te diepen dat zijn liederen materiaal worden voor anderen om op hun beurt zichzelf te onderzoeken. Centraal in deze lezing staat dan ook de vraag of deze universaliteit inderdaad in het werk van Cohen te vinden is.

Omdat het oeuvre van Cohen zich over tientallen jaren uitstrekt, maar deze lezing slechts een uur kan zijn,  richt ik me op één periode. En op één album: ‘Various Positions’ uit 1984. Cohen was toen 50. Zijn leven en zijn carrière zaten op dat moment in het slop. Met dit album probeert hij zichzelf helderheid te verschaffen. Al zoekend ontdekt hij dat er niet één antwoord bestaat waar hij mee verder kan. Hij stuit op verschillende perspectieven die elk weer iets anders laten zien dat van waarde is. Vandaar ook de titel van dit album. Maar er zit nog een typisch voorbeeld van Cohen-humor in verborgen. Van verschillende posities is juist ook sprake bij het liefdesspel. Met ‘Various Positions’ lijkt hij een soort “Kamasutra” van de zingeving te bedoelen.

Vier nummers van dit album worden in de lezing besproken: ‘Hallelujah’, ‘Dance Me To The End Of Love’, ‘Night Comes On’, en ‘If It Be Your Will’. Daaraan vooraf een korte presentatie van enkele kenmerken van Cohens leven en werk.

Guus van Loenen was van 1984 tot 2019 als geestelijk verzorger werkzaam bij het Vincent van Gogh Instituut in Venray. Na zijn pensionering heeft hij liederen van Cohen vertaald en van commentaar voorzien. In 2025 verscheen zijn boek ‘Een gids die het ook niet weet. Vijftig levenslessen van Leonard Cohen’.

Maandag 12 januari 2026 om 20.00 uur in de Baank: dr. A. Böcker met de lezing: ‘Arbeidsmigratie in de grensregio: de lusten en de lasten en instrumenten voor een betere verdeling daarvan’

In Nederland werken honderdduizenden arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa. Ze zijn onmisbaar voor sectoren en bedrijfstakken met veel eenvoudig, fysiek en laagbetaald werk. Zonder hen zouden slachterijen vastlopen, groenten en fruit niet op tijd geoogst worden, supermarkten niet op tijd bevoorraad en onze bestellingen niet gratis binnen 24 uur bezorgd. Vrijwel iedereen in Nederland is eindgebruiker van hun arbeid. Toch zijn ze voor de meeste Nederlanders tamelijk onzichtbaar. Velen worden ingehuurd via uitzendbureaus, ook voor werk dat het hele jaar rond voorhanden is. En terwijl de Nederlandse en Europese regelgeving uitgaan van zelfredzame mobiele EU-burgers, zijn veel van deze arbeidsmigranten juist sterk afhankelijk van hun (uitzend)werkgevers – en daarmee kwetsbaar voor misstanden.

De lusten en lasten van deze arbeidsmigratie zijn ongelijk verdeeld. De afgelopen vijftien jaar is dat door allerlei adviesorganen in een reeks van rapporten geconstateerd. De coronapandemie leek voor een doorbraak te zorgen. Het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer bracht een rapport vol aanbevelingen uit, die het toenmalige kabinet allemaal omarmde. Wat is er sindsdien gebeurd om misstanden aan te pakken en de werk- en leefomstandigheden van deze arbeidsmigranten te verbeteren?

In deze lezing wordt speciaal ingegaan op de situatie van arbeidsmigranten in Noord-Limburg en maatregelen om die te verbeteren. Een deel van de arbeidsmigranten die aan de Nederlandse kant van de grens werken, is aan de Duitse kant van de grens gehuisvest. Deze groep is extra kwetsbaar voor misstanden, omdat toezicht en handhaving grotendeels ophouden bij de grens. Malafide Nederlandse uitzendbureaus maken bewust gebruik van dit toezichtsvacuüm, is de overtuiging van bestuurders en hulpverleners in Duitse grensgemeenten. Zij zouden de lusten en lasten graag anders verdeeld zien – net als veel lokale bestuurders en hulpverleners aan de Nederlandse kant van de grens.

Anita Böcker werkt als docent en onderzoeker bij de vaksectie Rechtssociologie en Migratierecht van de rechtenfaculteit van de Radboud Universiteit te Nijmegen. De afgelopen decennia heeft ze onderzoek gedaan naar uiteenlopende onderwerpen, van de instroom van juristen uit etnische minderheden in de rechterlijke macht tot de sociale werking van gelijke-behandelingswetgeving en van pensioenmigratie en -remigratie naar Turkije tot 24-uurszorg door inwonende migranten in particuliere huishoudens. Tijdens de covidjaren onderzocht ze de impact van de pandemie op arbeidsmigranten. In een vervolgproject onderzoekt ze samen met collega’s van de Hochschule Rhein-Waal in Kleef de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten in de grensregio en mogelijkheden om die te verbeteren. Daarnaast doet ze onderzoek naar werving van vakkrachten van buiten de EU als een van de mogelijke oplossingen voor personeelskrapte in de zorgsector en technische sectoren.

Maandag 8 december 2025 om 20.00 uur in ‘De Baank’ Albionstraat 26 te Leunen: lezing door Joop van Velzen ‘Klassieke muziek ontmoet beeldende kunst’

                   

                               “Klassieke muziek ‘ontmoet’ beeldende kunst”

‘Kunst is niet een doel op zich, maar een manier om de mensheid aan te spreken’, vond componist Modest Moessorgski. Als het gaat om het verweven van muziek en beeldende kunst bracht de Rus het misschien wel beroemdste voorbeeld voort met zijn “Schilderijen van een tentoonstelling”. Oorspronkelijk was dat werk een pianostuk, maar het werd bekender in de orkestratie van de Fransman Maurice Ravel. In deze muziek eerde Moessorgski een vroeg overleden vriend Viktor Hartmann.
Een vakgenoot van Moessorgski liet zich inspireren tot muziek door een ander kunstwerk. Ruim dertig jaar later werd Sergei Rachmaninov – gedurende een bezoek aan Parijs – getroffen door een reproductie in zwart-wit van het schilderij Die Toteninsel van de Zwitserse schilder Arnold Böcklin.

Muziek van klassieke componisten bewijst dat zij, geïnspireerd door kunstwerken (schilderijen, beeldhouwwerken), tot componeren kwamen en dat, anderzijds, hun noten van alles kunnen oproepen, ook beelden. Of zoals Leopold Stokowski het eens formuleerde: ‘Kunstenaars schilderen hun beelden op het doek, componisten schilderen hun beelden op de stilte.’

Joop van Velzen is schrijver en docent muziekgeschiedenis. Hij studeerde biologie/botanie en muziekgeschiedenis aan de universiteiten Utrecht en Vancouver/Canada. Als schrijver publiceerde hij de meerdelige biografie ‘Clara Schumann & Johannes Brahms’. Reeds jaren organiseert hij colleges, lezingen en presentaties over een brede waaier van thema’s uit de wereld van de klassieke muziek aan HOVO’s en culturele verenigingen.

Het bestuur van Adelbert Venray nodigt haar leden van harte uit voor deze lezing.

Introducees zijn welkom. Zie ook www.adelbertvenray.nl

Maandag 10 november 2025 om 20.00 uur in de Baank: Chris Paulussen met lezing over de geschiedenis van de hightech regio Zuidoost-Brabant

‘Het verhaal van Brainport als motor van de nationale economie’, lezing van Chris Paulussen over de geschiedenis van de hightech regio Zuidoost-Brabant:

Chris Paulussen vertelt zijn eigen – hier en daar wat eigenzinnige – verhaal over de geschiedenis van Brainport, de hightech regio Zuidoost-Brabant. Geen zware kost, maar een onderhoudende tocht door de geschiedenis aan de hand van aansprekende en verrassende voorbeelden en anekdotes.

Brainport vindt zijn oorsprong in het begin van de jaren negentig. Philips balanceerde op de rand van de afgrond. DAF ging failliet. NedCar sloot zijn hoofdkantoor in Helmond. Toeleveranciers werden meegesleept in de malaise. Zuidoost-Brabant zat in zak en as. In plaats van het hoofd te laten hangen bundelden bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden de krachten.

DAF maakte een succesvolle doorstart. ASML groeide uit tot absolute marktleider op het gebied van de meest complexe chipmachines. De VDL Groep liet zien dat de maakindustrie in Nederland toekomst heeft. Zuidoost-Brabant  richtte zich op en maakte naam als Brainport, een regio met een hightech ecosysteem van internationaal allure.

Chris Paulussen maakte het als chef van de economieredactie en hoofd opinie van het Eindhovens Dagblad van dichtbij mee. Hij dook ook in de geschiedenis en kwam uit bij de oorsprong van de regionale hightech industrie in 1891, het jaar waarin Philips is opgericht. Op de fundamenten van Philips is Zuidoost-Brabant uitgegroeid tot een internationaal centrum van hoogwaardige technologie.

Brainport heeft lang moeten wachten op de waardering die het verdient. Na lang aandringen kreeg Zuidoost-Brabant in 2016 van het kabinet de status van mainport, van motor van de nationale economie – vergelijkbaar met de Rotterdamse haven en Amsterdam/Schiphol. Met de lusten komen de lasten: druk op de infrastructuur, het voorzieningenniveau en de woningmarkt door de toestroom van kenniswerkers uit binnen- en buitenland. Aangrenzende regio’s in Limburg, België en Midden-Brabant kunnen een van de oplossing bieden.

Veel van wat Chris Paulussen (1954) vertelt vond zijn neerslag in het boek ‘Sterker uit elke crisis’, dat hij in 2019 schreef ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Eindhovensche Fabrikantenkring. Na zijn pensionering is hij op freelance-basis actief gebleven als journalist en schrijver. In 2024 verscheen van zijn hand het boek ‘Altijd de juiste mix’ over Frans Huijbregts, een kleurrijke ondernemer onder wiens leiding de Huijbregts Groep in Helmond uitgroeide tot een internationale speler op het gebied van poedermixen voor de voedingsmiddelenindustrie. Hij is nu bezig met de afronding van een biografie van Frans Otten, Philips-topman van 1939 tot 1961 en voor het concern zeker zo belangrijk als zijn schoonvader Anton Philips.